De aantrekkingskracht van honkbal en softbal

door Theo Reitsma (voormalig KNBSB-voorzitter)

Honk en sofbal zijn sporten waarvan je niet snel afstand hoeft te nemen. Eigenlijk groeit de kwaliteit bij het klimmen van de jaren. De reden is simpel, de mens wordt kalmer, beheerst de zenuwen in het slagperk steeds meer en krijgt dus een beter zicht op de geworpen ballen. Voor hem of haar is daardoor de kans op het raken van de bal toegenomen. Let wel we hebben het nu over de aanvallende kwaliteiten. Hoe halen we minimaal het eerste honk, is toch de grote vraag van de man of vrouw aan slag.

Ooit in 1845 is er iemand geweest, die met satanisch genoegen en stuk heeft afgemeten, die hij de afstand tussen thuisplaat en eerste honk heeft genoemd. Wat heeft hem daarbij precies bezield? Een afdoend verhaal daarover bestaat niet. Toch is er sprake van een vrijwel zekere uitleg. Wanneer iemand de bal slaat en een veldspeler brengt de bal onder controle om die vervolgens "normaal"goed te verwerken en aan te gooien naar de figuur op het eerste honk, dan is de slagman kansloos. Dat wil zeggen, hij haalt het nooit, net niet. Hij doet een uiterste poging en constateert dat de binnenvelder hem uitgooit. Het nonchalante tikje tegen het honk door de eerste honkman verricht, laat de slagman sneuvelen. Bij het maken van de passen in 1845 is dat de opzet geweest. Het honk moest worden gelegd op een afstand, die de slagman slechts kansen bood bij een beter geslagen bal dan in het binnenveld naar goed opgeleide, goed opgesteld binnenvelder. Werkte de veldspeler naar behoren, dan was de ren van de slagman altijd onvoldoende. Het bewijs zien we in de Verenigde Staten bij de profs in de major league, zagen we bij de Olympische Spelen in Sydney, waar Nederland zo sterk speelde en valt ook te constateren bij welke wedstrijd dan ooit op het veld van The Flags. Dat is dus een troost voor de mens, die in Lisse in de weer is. Hij voelt zich soms net zo kansloos als de gelouterde prof in het Yankee stadion in New York.

Routine verschaft de honkballende, maar ook sofballende persoon meer kans om gerust het slagperk te betreden. Het gevoel van kom maar op, gooi 'm maar heeft hij of zij in de loopt der jaren steeds beter verwerkt. Dat maakt hem of haar kansrijker. Dat vergroot de kans om de afstand naar het eerste honk als winnende partij af te leggen. Dat vergroot het plezier in de sport. Routine wordt in honkbal en softbalkringen dan ook wel vertaald door de opvatting hoe meer je speelt, hoe beter je wordt. Trainingen staan wat waarde betreft in dit opzicht ver in de schaduw van het spelen van wedstrijden. Dus het motto in "onze" kringen: spelen en laat het plezier groeien. Dat is de boodschap binnen de bond en de leidraad voor de club. Ook bij The Flags geldt dus: kom, speel en loop steeds vaker de afstand tussen thuis en minimaal het eerste honk met een opgewekt gezicht. Er is een maar aan dit hele verhaal. De verdedigende partij zet zich schrap tegen al te voortvarende activiteiten. Dat is die andere mooie kant aan het verhaal dat de liefhebber van honkbal en softbal in vervoering kan brengen. Laten we duidelijk zijn als er zoveel mooie kanten aan een sport zitten, dan is het waard om die te ontdekken en om ervan te genieten. Bij The Flags kan dat.